Sommige schelpdieren leven heel kort; andere houden het behoorlijk lang vol. De leeftijd is af te leiden uit de groeiringen in de schelp.

Als het diertje groeit, neemt ook de schelp in omvang toe. Vaak is er in de wintermaanden minder voedsel te vinden. Dan stopt de groei van de schelp tijdelijk en ontstaat er een rand: een groeiring.

Na de dood van een schelpdragend weekdier blijven de schelpen soms eeuwenlang ronddobberen in zee en op stranden, en krijgen ze na verloop van tijd door chemische reacties een bleke, donkere of bruine kleur. Ze kunnen dateren uit het holoceen, de periode die 11.500 jaar geleden begon, uit het Pleistoceen dat 2,58 miljoen jaar geleden begon of uit nog vroegere periodes.

De oudste levende dieren met een actief voortplantingssysteem zijn noordkrompen, tweekleppige schelpdieren. De recordhouder haalde 507 jaar en werd in IJsland aangetroffen. ‘Ze zijn ook in de Noordzee te vinden, maar leven in diep water en spoelen slechts zeer zelden aan’, zegt weekdierexpert Thiery Backeljau (KBIN). ‘Het onderzoek naar hun hoge leeftijd is interessant, omdat het misschien iets kan vertellen over het verouderingsproces. Vraag is immers hoe de noordkromp erin slaagt zo lang te leven en of er bij het dier gaandeweg veranderingen optreden. Er werd al geopperd dat ze het eeuwige leven zouden hebben, mochten ze niet opgepeuzeld worden.'

Doe mee aan de Schelpenteldag op 17 maart.

Dit artikel is ook verschenen op www.eoswetenschap.eu